Henrik Henegouws Hellevaart, aflevering 35: Delf de trinwee

Lang gebed – Dam hem om, jij poft meneer ! – Kabaal op het kanaal – Elf harde winters – Bevruchten, dat lucht op
Lang was het eer dat Henrik weks had geborken, maar morgen was langer heer. Hij wreef linzig langs het burste ding. “Toen materdeerde ik bradelaartjes,” fluisterde hij, “maar dat is nu vors zwikkelig … !”
Hij keek opzij.
“Virginie … !” riep hij luid. “Virginie … ! Zet dat ding nou eens uit, asjeblief zeg …”
Het aanhoudende gonzen van de drittedraaier irriteerde hem. En hij had vandaag toch al zo’n drast in heume degen terwijl buiten het kallerim schaffelde.
Joddedeiken genoeg.
In het hengen van het ruisveld was het voolverhangen van de dosting rekkel. Maagertjes … héél maagertjes …
“Het is droof zelijk,” dacht Henrik. “Merkwaardig …”
Ongekleed – uitgekleed – kwam Virginie de keuken uit en zette de drittedraaier lager. De gons zweffelde even nog aan, om snel in zachte stietjes te verdrippelen.
Terwijl ze op Henrik toe liep droogde ze haar handen aan een witte vaatdoek met rooie kuitjes.

Toen ze bijna bij hem was liet ze het doekje los. Nu was ze écht helemaal naakt. Het dwarrelde als een blaadje in de herfst van een boomtak af de vloer op. Ze deed één, twee stappen nog, met een onverwacht lang en bedachtzaam bewegen dat als in een vertraagde film te onduleren leek.
“Oohhh,” dacht Henrik, want als beeld was het vol pracht.
Maar de vertraging hield net zo plots weer op als ze begonnen was.

 
Ook Henrik droeg geen kleren. Hij zat bloot op een houten krukje bij één van de grote raamwanden, zijn handen gevouwen over een forse buik die vooral aan het begin van de avond, na de maaltijd, altijd extra nog aan leek te zetten.
Virginie nam Henriks hoofd in haar handen en bracht haar lippen naar zijn frontje. Ze drukte daar een kus als een keurmerk op.
“Domme ham, ferm in je potje !” zei ze.
Het klonk alsof ze het meende, bijna teder, en ze woelde zachtjes met haar vingers door zijn haren.
“Olifantje …”

Henrik keek in de raamwand die tegen het avonddonker als een spiegel was en alle hier, warm en binnen naar een kil en ver daar buiten verplaatstte.
Nóg zo’n harde lange winter …
Het deed hem huiveren.

“Ze had het niet gehoeven, maar toch heeft Hermione me willen beschrijven,” zei hij. “Als van middelmatige lengte en met grote, maar ook zachte, handen. Ja. Grote en zachte handen … Mooie handen, vind je niet ?”
Hij bracht ze naar voren toe, geheven en geopend, als een priester die voorgaat in gebed.
“Dat ik dik was, bovenmatig zweette en een wat verzuurde weeïge geur verspreidde. ‘Op een dunne hals zijn grote hoofd rust,’ schreef ze, met een rozig gelaat, waarin haar vooral de waterige en ontstoken rood-zwarte ogen onder bijna ineengegroeide wenkbrauwen waren opgevallen. Ze had het over mijn trotse, maar te lange neus, en de volle baard die mijn hals volledig bedekte … en dat ik de schaarse grijze haartjes direct onder mijn lip met henna rossig rode had geverfd.”
Henrik keek Virginie indringend aan.
“Hoe lang is het geleden nu?” vroeg hij. “Hoe lang ben ik hier ? Ik tel de elfde winter al, maar kan vaak van zomers nog lentes niet gewagen.”

Buiten klonk gedempt het drintelen van zoelvertuigen. Met vrokke wakkels, die in zwieren uit verkleidden, rinsten de darf wimperaars vol benge drut. Ze luisterden onwillekeurig, spitsten even hun oren, maar hadden daarna weer enkel aandacht voor elkaar.

Henrik wreef met een hand over zijn gladde kin. “Ik heb me daarna gelijk geschoren, en met eigen hand ook mijn schaamharen nog geëpileerd.” zei hij. “In een verre stad – om meer rumoer te vermijden – bezocht ik een arts, uiterst kundig in die zaken, die me zalf en een kuur van druppels ried om aan het chronisch ontsteken van mijn donkere ogen een halt toe te roepen. Mijn neus liet ik er in een met coniferen en hoge hagen gemaskeerde kliniek jacksonificeren. Die is nu half zo lang nog niet. Ook het verzuren ga ik tegen, met overdadig reukwerk … Maar nog steeds niet kan ik er gerust op zijn … Om maar een voorbeeld te noemen : wáár is nu de contrabas ?” vroeg hij.

 
Henrik staarde.
Met één hand wreef hij traagjes over zijn buik. De andere strekte hij schuin omhoog naar het donker van buiten toe. In de wand van glas zag hij zich zelf zo zitten, met Virginie staande aan zijn zijde, statig, beiden in de waas van rooiig neon- en andere licht dat buiten boven de grootstad hing. “Het is een kruis, geroepen te zijn … Zie, proeft uw aarde …,” mompelde hij … en schreeuwde toen ineens, zo hard hij kon : “Hi, helle-rit ! Met volle pin naar nergens heen … !” Het schrille krijten van zijn stem kaatste tegen de wandhoge ramen als een balletje bezet met spijkers of scherven glas. Onwillekeurig vertrok Virginie haar gezicht. Maar ze zweeg en rondom en met hen werd het weer als in een stilleven met kleuren.

La mousse tache, Adolf …,” zuchtte Virginie nadat ze een tijdje zo gestaan hadden. “Ik las dat laatst ergens. Het is het kabaal van de kanalen zelf dat met onze historie versmelt, van de gangen waarmee en waardoor ons de boodschap gebracht wordt,” fluisterde ze hem toe, terwijl ze zijn nog steeds als in mythische heldengroet gestrekte arm omlaag trok en zijn hand in de hare nam. “Een kabaal dat deel wordt en een eigen, een nieuwe tijd, een eigen ruimte genereert. Tijd en ruimte voor kabaal, tijd en ruimte ván kabaal … Het kabaal van een kanaal dat naar zichzelf verwijst … Zoiets neemt ongehoorde vormen aan, Henrik, nooit gehoord bedoel ik. Die contrabas, is dat niet net zoiets ? Niemand kan het weten, want het is aleatoor. Ook Hermione niet … Misschien – en eigenlijk is dat nog het waarschijnlijkst … was zij niet zelf enkel kabaal, enkel ruis … en één van het aleagoorste soort … ?”


 Ze liep op de raamwand toe, legde beide haar handen daar plat tegenaan en liet zich er vervolgens dicht tegenaan zakken. “De omstandigheden maken het verhaal,” sprak ze met haar lippen op het glas, “en dat elke bijzaak hoofdzaak is, dát is geder hoofdzaak …” Henrik zag hoe haar lichaam met wasem op de glaswand als een aura zijn eigen contour schetste, die snel weer als in het niets verdween toen ze zich omdraaide en vroeg : “Heb je met haar geslapen ? Heeft ze je ook uitgekleed ?”
Henrik knikte. “Je weet hoeveel dat ik van vrouwen hou … Ze zou aan publiciteit gaan doen, en kwam daarom nog een tweede keertje luisteren, niet in de studio, maar aan huis … ‘Dat praatte prettiger,’ vond ze, en zo was het ook … Bij die ene keer is het gebleven. Ja, ik heb met haar geslapen, maar hield mijn kleren er bij aan. En na afloop heb ik me heel grondig gewassen, om te beginnen bij de top en vandaar tot onder bij de tenen.”

Rondom hem leek het zwak te sinteren. Henrik staarde nog steeds. “En als ik jou nou eens bevruchten zou ?” zei hij. “Misschien lucht dat wel op ?” Virginie glimlachte. Zachtjes wreef ze met de topjes van haar vingers tussen zijn schouderbladen, waar een dikbehaarde, donkergele wrat zat, als een duivenei zo groot. Ze sloeg een been over Henriks knieën heen en liet zich wijdbeens langzaam op zijn schoot zakken.

Ze waren er klaar voor, allebei.
– wordt vervolgd –
Moois van Harsman
Harsmedia: Harsman’s eigen site Eerdere afleveringen van Henrik Henegouws Hellevaart
J. K. Harsman

[ Amon Duül II – Phallus Dei :: Syd Barrett – The Madcap Laughs :: Minny Pops – Drastic Measures, Drastic Movement :: Sun Ra – Calling Planet Earth ; Love in Outer Space :: Vicky’s Mosquitos, vm12 / Svanö, Zweden – Björn Eriksson & friends ( http://harsmedia.com/VickysMosquitos/ ) :: Faust – 71 Minutes ]

About j.k. harsman