Mevrouw ten Brakel

Mevrouw ten Brakel had de pest in. Ze keek nog eens omhoog en zuchtte diep. Het gat was niet om aan te zien. Dat gat was er gekomen toen de werkmannen nadat ze wel meer dan honderd keer waren komen kijken, hadden besloten dat er een gat in het plafond gemaakt moest worden. Want door het kijken op het dak waren ze er telkens weer niet achtergekomen wat de lekkage die mevrouw ten Brakel zo tergde veroorzaakte. Om het lekken te laten ophouden hadden ze de goot overdreven vaak schoongemaakt, hadden ze met kit gesmeerd en hadden ze de wind de schuld gegeven (alsof dat zou helpen!), maar het lekken bleef. Na heel lang had mevrouw ten Brakel de woningbouwvereniging ervan weten te overtuigen dat er gewoon een nieuwe dakbedekking op haar dak moest komen. Dit was een hele overwinning, maar om onduidelijke redenen duurde het weer onbegrijpelijk lang voordat dit daadwerkelijk gebeurde. Het was zelfs een keer voorgevallen, dat mevrouw ten Brakel weer eens opbelde om de mensen van de woningbouwvereniging eraan te herinneren dat ze een nieuw dak zou krijgen, dat iemand die blijkbaar niets wist van haar situatie, doodleuk zei dat ze wel een loodgieter zouden sturen om eens naar het dak te laten kijken of de goot schoon te maken. Mevrouw ten Brakel was een geduldig mens, maar dit werd haar toch echt te gortig. Uiteindelijk hield ze een streng, licht emotioneel en vooral verwijtend betoog en een wonder geschiedde: er kwam een afspraak voor het opnieuw bedekken van haar dak. Hoera!

Mevrouw ten Brakel had zin in een feestje toen het dak erop lag. Ze kon nauwelijks geloven dat het echt gebeurd was. Bijna had ze de werkmannen uitgenodigd voor een pijpje pils na hun dakbedekwerkzaamheden, ware het niet dat mevrouw ten Brakel geen pils in huis had en ze de mannen niet inschatte als liefhebbers van Famous Grouse. Dus vierde ze die avond haar feestje alleen. Met teveel Gladstones en ook een beetje teveel whiskey. Helaas regende het niet, dus kon ze niet genieten van een regenbui zonder spetters en spatten in haar woonkamer. Maar toen ze volgende dag wakker werd, regende het wel. En zo te horen al een tijdje. Ondanks haar hoofdpijn overspoelde een warm gevoel mevrouw ten Brakel. Ze stond op en liep naar de woonkamer om te genieten van de droogte. Hoe gelukkig je kan worden van iets dat er niet is, ervoer mevrouw ten Brakel op dat moment op zeer hoog niveau. Dit was het. Zo moest het leven zijn.
        
Diezelfde middag, toen mevrouw ten Brakel verwoed bezig was met stofzuigen, hoorde ze een akelig bekend geluid. In de verte, want het werd overstemd door het geluid van de stofzuiger. Ze verdrong wat ze hoorde. Dit was niet waar, dit was haar verbeelding. Maar ze hoorde het weer. Ze zette de stofzuiger uit en ja hoor, het was overduidelijk. Het geluid van een vallende druppel op parket. Ze keek naar de plek waar het altijd lekte: niets. Ze hoorde weer een druppel vallen. Op een geheel nieuwe plek lag doodleuk een klein plasje water. Alsof het het volste recht had om daar te zijn. Er ging een schok door mevrouw ten Brakel heen. Ze was weer terug bij af. Het bellen kon weer beginnen, de pannetjes konden weer uit de kast. En net als voorheen, bekroop elke keer als het regende een nerveus gevoel de gemoederen van mevrouw ten Brakel. Zou het weer gaan druppen? En zo ja, waarvandaan? Soms gebeurde er niks. Maar meestal begon na een paar uur, of ook wel eens de volgende dag, het water uit steeds weer nieuwe plekken in het plafond te druppen. En als het heel erg was, was het zelfs een straaltje. En dan ging mevrouw ten Brakel weer met haar pannetjes en plastic bakjes in de weer om daarna weer in de telefoon te klimmen en te melden dat het nog steeds lekte. Soms kwamen er weer mannen die wederom de oorzaak van de lekkage niet konden vaststellen, soms zou ze worden teruggebeld, hetgeen nooit gebeurde, en soms werd haar gevraagd een andere keer terug te bellen. Uiteindelijk had ze een persoonlijke verbinding met de mobiele telefoon van de hoofdloodgieter, heel ongebruikelijk, buiten de woningbouwvereniging om. De man leek de wanhoop nabij als hij weer eens langskwam, maar als mevrouw ten Brakel daar dan vertrouwen van kreeg (de man was duidelijk van goede wil en zou er alles aan doen om haar te helpen, want dit kon zo toch niet langer), liet hij haar steevast weer in de steek door niet op de afgesproken tijd op te komen dagen, niet terug te bellen of iemand te sturen die niet op de hoogte was van de situatie en dus weer met dezelfde nonoplossingen kwam als het schoonmaken van de goot en het vaststellen van het feit dat het niet kon, dat het nog lekte nadat het dak vervangen was. Dat maakte mevrouw ten Brakel kwaad. Alsof het door haar kwam, alsof zij het dak behekste om de loodgieters dwars te zitten met een lekkage die in hun blijkbaar begrensde voorstellingsvermogen niet kon bestaan. Het lekte wel en dat was hun schuld ja! Maar dat durfde mevrouw ten Brakel niet te zeggen, ze dacht het alleen. Het was pas na weer een heleboel bezoeken van en telefoongesprekken met de hoofdloodgieter die de ene keer op vakantie bleek te zijn en de andere keer beweerde voor de deur te hebben gestaan zonder dat mevrouw ten Brakel open had gedaan, dat mevrouw ten Brakel opnieuw haar geduld verloor. Want ze was er altijd op de afgesproken tijden en waarom zou ze in godsnaam de deur niet opendoen voor de enige mensen die haar (in theorie) zouden kunnen redden van de verschrikkelijk op de zenuwen werkende lekken in haar plafond? En waarom had de hoofdloogieter niet de moeite genomen om even op te bellen om te kijken of ze er echt niet was of, wat nogal voor de hand lag, een nieuwe afspraak te maken?

Het resultaat van het feit dat mevrouw ten Brakel haar geduld voor de tweede keer in haar leven verloor en de loodgieter rechtstreeks duidelijk maakte dat hij zijn werk niet goed deed, hij desnoods het dak maar opnieuw moest bedekken en hij haar niet langer in deze situatie kon laten zitten, was niet erg bevredigend. De loodgieter stelde voor om van binnen uit te zoeken naar de oorzaak, maar deed dit vervolgens niet. Mevrouw ten Brakel belde de woningbouwvereniging op en verraadde zonder pardon de man die haar met zoveel overtuiging had beloofd het probleem op te lossen. Ze vroeg of ze niet een ander konden sturen, want deze man hield zich niet aan zijn afspraken en was een amateur omdat hij haar dak had gedekt en daarmee een nieuwe lekkage had veroorzaakt.

En toen kwam de man die een groot gat in het plafond maakte, toch een gaatje in het nieuwe dak vond (wat dus onmogelijk was) en dit dichtte. Mevrouw ten Brakel, door schade en schande wijs geworden, wachtte een paar regenbuien voordat ze durfde vast te stellen dat de lekkage nu dan toch heus verholpen was. Ze was er blij om, maar had niet de minste aandrang om het te vieren, laat staan de werkmannen een pilsje aan te bieden. Ze had een hartgrondige hekel ontwikkeld aan iedereen die iets met de lekkage te maken had gehad. Maar het lekken was dit keer echt voorbij. Nu het gat nog. Ze had haar ouderwetse geduld weer paraat, want er zat ook wel logica in de afspraak dat ze dit pas zouden dichten als iedereen heel zeker wist dat het lekken ook daadwerkelijk was opgehouden. Nadat mevrouw ten Barkel enige tijd had laten verstrijken, belde ze op: het gat kon dicht hoor, het lekken was nu inderdaad echt opgehouden, gefeliciteerd.

Een afspraak werd gemaakt en niet nagekomen, de woningbouwvereniging werd gebeld en liet haar weten dat ze dit niet aan de loodgieter konden overlaten, omdat ze daar andere mensen voor hadden. Dus zouden ze een stukadoor sturen. Die kwam ook echt, maar was erg verbaasd toen hij arriveerde, want hij kon wel heel goed stuken, maar geen gaten in plafonds dichten. Hij vroeg zich hardop af waarom ze hem in godsnaam hadden gestuurd en geen timmerman. Dat wist mevrouw ten Brakel ook niet, dus belde ze weer naar de woningbouwvereniging en wat kreeg ze te horen? Dat ze zou worden teruggebeld. De dag waarop ze binnen bleef om dit telefoontje vooral niet te missen, gebeurde er niets. Toen mevrouw ten Brakel weer opbelde en het hele verhaal van a tot z uit de doeken deed, leek de vrouw aan de andere kant van de lijn erg met haar begaan. Helaas waren de mensen die hierover gingen niet aanwezig en ze zou de maandag daarop echt worden teruggebeld voor een afspraak met iemand die wel gaten in het plafond kon dichtmaken. Want dit was wel een hele vervelende situatie. Daar moest snel iets aan worden gedaan.

Vandaag was het dinsdag. De telefoon had geen kik laten horen op maandag. En mevrouw ten Brakel keek nog een keer omhoog. Het gat gaapte haar aan als een twee meter brede tandeloze mond, veroorzaakt door het houten timmerwerk dat onder het plafond zichtbaar was geworden. Mevrouw ten Brakel had de pest in en overwoog te emigreren naar Canada. Op een of andere manier wist mevrouw ten Brakel heel zeker dat zoiets daar nooit zou gebeuren.

About simone duwel