Mevrouw ten Brakel, aflevering Mevrouw ten Brakel is bang voor oorlog

Mevrouw ten Brakel schrok wakker. Ze begreep niet waar ze was. Langzaam drong de haar toch wel heel bekende omgeving tot haar door. De witte muur die nodig weer eens geverfd moest worden, de zware donkerrode gordijnen van velours, het raam met daarvoor de zeven verschillende soorten cactussen. Zes vanaf het linker raamkozijn en dezelfde zes in spiegelende volgorde vanaf het rechter raamkozijn en in het midden een hele speciale. Nouja speciale, dat vond mevrouw ten Brakel zelf dan. Omdat ie als enige een rooie gloed leek te hebben. Ja, ze wist het alweer. Ze was in haar woonkamer. Ze lag op de bank. Ze herinnerde zich nu ook dat ze daar even was gaan liggen nadat ze de ramen had gelapt en had gestofzuigd. En pas toen herinnerde ze zich dat ze had gedroomd dat ze zwanger was. Gek. Haar hele droom lang was ze bezig met het feit dat ze binnen afzienbare tijd zou gaan bevallen, maar intussen gebeurden er razendsnel allerlei dingen waar ze zich toch echt mee bezig moest houden. Ze moest alleen wel steeds tegen alle mensen zeggen dat ze niet moesten vergeten dat ze dus wel zou gaan bevallen over niet al te lang, want haar vliezen waren al gebroken. Niet letterlijk, maar zoals je zoiets gewoon kunt weten in een droom zonder dat het ook daadwerkelijk hoeft te gebeuren. Mevrouw ten Brakel keek naar haar buik. Was ze nou ook echt dik in haar droom geweest? Niet opvallend dik in ieder geval. Ze had een raar gevoel. Alsof ze nog steeds zwanger was. Maar hoe kon je je nou zwanger voelen als je het nog nooit geweest was? Mevrouw ten Brakel had er geen idee van hoe dat zou moeten voelen. En toch voelde ze het. En in haar droom was het ook heel normaal geweest. En in haar droom wist ze er ook precies alles van. Dat ze nog wel een paar uur had en dat ze heus niet à la seconde een baby zou verliezen tussen alle drukke bedrijven in haar droom door. Ze moest er alleen maar rekening mee houden, want het moest wel gebeuren.

Mevrouw ten Brakel stond op. Ze keek uit het raam. Naar het weer. Dat deed ze de laatste tijd vaak. Naar het weer kijken. Omdat het steeds zo grillig was misschien. Nu ook. Er waren gigantische, donkergrijze monsterwolken aan de ene kant van de lucht en waar die ophielden, was het plotseling helder blauw en nog iets verder scheen de zon knisperend over de wereld. Mevrouw ten Brakel keek de van het zonlicht glanzende straat in, waarin alles bewoog. Want het waaide hard. En ze dacht aan de kinderen die ze niet had. Het weer en de droom hadden mevrouw ten Brakel tot nadenken gestemd. Soms vond ze het best een beetje jammer dat ze nooit kinderen had gekregen. Omdat ze nu nooit zou weten hoe dat zou zijn. En of het echt wel zo verschrikkelijk zou zijn als ze zelf dacht. Op dat moment dreven de enorme wolken voor de zon. Het werd zo snel donker dat mevrouw ten Brakel heel even dacht dat de wereld verging. Alsof het donker worden zou doorgaan totdat het helemaal zwart was en dat dan alles afgelopen zou zijn. Maar toen het donker zijn donkerst van dat moment had bereikt, begon het hard te regenen en werd het mevrouw ten Brakel even snel weer duidelijk dat de wereld in al zijn hevigheid door zou gaan. Mensen renden snel portieken in om te schuilen, eentje op een fiets trapte verbeten door. Maar hoe hij ook zijn best deed de regen en de wind als zijn mindere te beschouwen, trotseren kon hij ze nauwelijks. Hij slingerde heen en weer en fietste bijna tegen een stilstaande auto aan die hij door de regenstriemen in zijn gezich niet had zien staan. Mevrouw ten Brakel dacht bij zichzelf: zo moet een oorlog er ook uitzien. Als het oorlog is, is het net zo. De mensen vluchten of vechten, maar de dreiging, het gevaar, het geweld is overal. Mevrouw ten Brakel wilde nooit aan oorlog denken. Omdat ze er zo bang voor was. Maar nu kon ze de gedachten niet verdringen. En ze werd bang. Wat moest ze doen als het hier ooit oorlog werd? Ze wist wel niet precies hoe dat dan zou moeten komen, maar al die mensen in die landen waar het wel oorlog was geworden waren ook bang voor oorlog en die wisten misschien ook wel niet precies hoe het was gekomen. Mevrouw ten Brakel liep naar de buffetkast en haalde de fles Famous Grouse tevoorschijn. Ze durfde niet naar de keuken om een glas te pakken. Alsof de oorlog daar misschien al was uitgebroken. Dus liep ze met de fles in de hand terug naar het raam, wat haar op een of andere manier toch de veiligste plek leek, en zette hem aan haar mond. Terwijl ze de branderige slok in haar keel voelde, bedacht ze dat ze maar beter aan de kinderen die ze niet had kon denken dan aan de oorlog die er niet was. Om dit aan te moedigen, nam ze meteen nog maar een slok. Maar de oorlog ging niet weg. Mevrouw ten Brakel vond het in ieder geval een geluk dat haar kinderen heel zeker nooit een oorlog zouden hoeven meemaken. En ze voelde zich een goede moeder. Wat het dan weer jammer maakte dat die kinderen dat nooit zouden merken.

Op dat moment zag mevrouw ten Brakel een enorme bliksemflits en in die flits realiseerde ze zich dat ze zich niet meer zwanger voelde. Vervolgens bedacht mevrouw ten Brakel, in de tijd die tussen de bliksem en de donder zat, hoe vreemd het was dat ze het gevoel niet had weg voelen gaan. Het is nogal wat, van zwanger naar niet zwanger, maar ze had er totaal geen erg in gehad. En toen kwam de donder, die zo hard was dat mevrouw ten Brakel ineen dook. Alsof alles wat boven haar was op haar neer zou storten. Haar hart sloeg in één sprong vier keer over. De fles glipte uit haar handen. Maar deze keer wist mevrouw ten Brakel al die tijd dat de wereld niet zou vergaan. Dat het de donder maar was. En dat hoe hij je ook aan het schrikken maakt omdat hij zo onverwacht komt omdat je hem verwacht, hij niet gevaarlijk is.

About simone duwel