Mevrouw ten Brakel

Mevrouw ten Brakel liep door de straat. Ze piekerde over een cryptogram. Preciezer, ze piekerde over één bepaalde opgave van het cryptogram uit de krant van vandaag. Mevrouw ten Brakel was erg goed in het oplossen van cryptogrammen, maar dat betekende niet dat ze ze altijd volledig kon invullen. Meestal gaf ze het na een poosje op, omdat ze er genoeg van kreeg en zichzelf voorhield dat er de volgende dag weer een nieuwe cryptogram in de krant zou staan. Als het haar wel lukte om de hele puzzel op te lossen, stuurde ze die oplossing in en ze had zelfs wel eens een geldbedrag gewonnen. Maar vandaag kreeg ze die ene bepaalde opgave maar niet uit haar hoofd. Zelfs hier op straat niet. Het was zo erg dat mevrouw ten Brakel niets of niemand zag. Ook haar nieuwe buurman, die in het huis van haar overleden buurvrouw was komen wonen, viel haar in het geheel niet op. Zelfs niet toen hij vriendelijk zijn hoed afnam en haar gedag knikte. Mevrouw ten Brakel piekerde en piekerde maar en zo gebeurde het dat ze de tijd vergat en ook, al klinkt het misschien vreemd, de ruimte. Onbewust lette ze nog wel op het verkeer als ze over moest steken en onbewust zorgde ze er ook voor dat ze niet tegen mensen of lantaarnpalen aanliep, maar verder bestond er in haar hoofd niets anders dan de cryptogramopgave. Ze liep en ze piekerde, ze liep en ze piekerde en ze liep en ze piekerde.
Ze merkte niet dat ze in een deel van de stad terechtgekomen was waar ze anders nooit kwam. Ze merkte niet dat ze door straten liep met namen die ze niet kende. Ze merkte niet dat er steeds meer ruimte tussen de gebouwen van de stad kwam, ze merkte niet dat er steeds meer groen tussen de gebouwen van de stad kwam en dat die gebouwen hoger, vierkanter en regelmatiger begonnen te worden.

En toen, zoals dat kan gaan met het oplossen van cryptogrammen, wist mevrouw ten Brakel het. De oplossing luidde: nooit. En zoals dat gaat met cryptogrammen, als je de oplossing eenmaal had, begreep je niet waarom het zo moeilijk was die te vinden. ’n Voor eens uitgesproken weigering. Hoe simpel kan het zijn? Een N voor ‘eens’ en je hebt de uitgesproken weigering ‘nooit’. Mevrouw ten Brakel schudde misnoegd haar hoofd. Waarom had het zo lang geduurd om zo’n simpele cryptogram op te lossen? En hoe kwam het dat het welbekende kwartje na uren nadenken dan plotseling toch viel? Mevrouw ten Brakel was zo in de ban van het piekeren geraakt dat dit meteen de volgende vraag opriep. Moest die uitdrukking met dat kwartje niet eens veranderen aangezien dit kwartje (dat mevrouw ten Brakel net als het oude dubbeltje altijd een heel lief muntje had gevonden) niet meer bestond? Moest het een twintigcentmuntje worden? Nee, dat was veel te lang. Een dubbeltje of een euro zou beter klinken. En omdat alles zo duur was tegenwoordig, paste de euro het best. En ze wist ook niet zeker of het tiencentmuntje tegenwoordig nog wel een dubbeltje heette. Goed, de euro was dus gevallen, zomaar ineens. Mevrouw ten Brakel had wel eens ergens gelezen dat hoe meer mensen dezelfde puzzel hadden opgelost, hoe sneller je op de antwoorden kwam. Dat scheen iets te maken te hebben met het collectieve bewustzijn. Een mysterieus begrip waar mevrouw ten Brakel weinig vat op kon krijgen. Dus besloot ze op te houden met piekeren en naar huis te gaan om de oplossing van de cryptogram in te vullen in de krant.
        Nu pas keek mevrouw ten Brakel om zich heen. En wat ik, schrijver van dit stukje en u, lezer van dit stukje al zagen aankomen: ze herkende de omgeving niet. Mevrouw ten Brakel wist niet waar ze was. Sterker nog, ze was verdwaald. Verderop liep een heel erg zwarte man. Mevrouw ten Brakel had wel vaker een zwarte man gezien, en ook wel vrouwen of kinderen of allemaal bij elkaar, maar zo zwart als deze was, nog nooit. Oftwel: een N voor eens. Mevrouw ten Brakel staarde gebiologeerd naar de man of beter gezegd, naar zijn kleur. De man zag het en moest om haar lachen. Ze zag er zeker heel grappig uit, zo gebiologeerd starend. Mevrouw ten Brakel glimlachte naar de man en kwam op het idee om hem te vragen of hij misschien wist waar ze was. Of beter nog, misschien kon ze hem vragen waar ze naartoe moest. Maar toen ze dit deed, hief de man verontschuldigend zijn handen op, hij kon haar niet verstaan of zoiets. Mevrouw ten Brakel hief ook haar handen op, maar nu betekende dit gebaar meer: geeft niet, laat maar, nog een fijne dag gewenst. De man knikte vriendelijk, alsof hij mevrouw ten Brakel ook een fijne dag toewenste. Mevrouw ten Brakel hoopte vurig dat zijn wens uitkwam, want ze was dus wel mooi verdwaald. Ze begon te lopen in de richting waarvan ze vermoedde dat ze uit was gekomen. Misschien zou ze, als ze alsmaar rechtdoor terug zou lopen, wel weer iets tegenkomen dat ze herkende. En verdomd, het werkte.

Veilig in haar flatje teruggekeerd, was mevrouw ten Brakel moe maar tevreden. Ze vulde de oplossing van de cryptogram in in de krant en zag dat ze nog maar drie woorden miste. Ze was blij dat ze pas was gaan wandelen nadat ze al haar werkjes had afgemaakt, dat de aardappelen al geschild klaarstonden en ze het eten alleen nog maar op hoefde te zetten. Want nu kon ze heerlijk op de bank gaan zitten en de rest van de dag wijden aan de laatste drie oplossingen. In haar flat kon ze niet verdwalen en dat idee stelde haar gerust. Ze pakte de fles Famous Grouse, haar pakje Gladstone, een glas en een asbak en installeerde zich met deze spullen op de bank waar de krant al met een pen klaarlag. Toen ze daar zo zat, moest mevrouw ten Brakel met enige voorzichtigheid toegeven dat ze eigenlijk best wel gelukkig was op dit moment. En daar was ze blij om.

Simone Duwel

About simone duwel