Politicus Bolkestein verdwaald in de wetenschap

De wetenschappelijke waarde van boeken van politici is meestal nul komma nul. Want waar de wetenschap het moet hebben van auteurs die eerlijk en nieuwsgierig zijn, heb je in de politiek meer aan een pragmatische instelling.Slaat het nieuwe boek van wetenschapper en ex-politicus Frits Bolkestein wel een brug tussen wetenschap en politiek?

Kennis wordt vooral voortgebracht door mensen die met de toepasbaarheid van die kennis niets te maken hebben. Zuivere wetenschappers en abstracte denkers, die geen rekening hoeven te houden met de gevolgen van hun hersenspinsels. De waarheid is het doel, kennis de weg ernaartoe. Waartoe al die kennis, al die waarheid? Ze hoeven zich met dat soort vragen niet bezig te houden, en hebben in het algemeen geen idee.

Voor politici zijn de gevolgen van hun woorden belangrijker dan het waarheidsgehalte. Desnoods verzwijgen ze iets of kneden ze die waarheid als dat het doel dichterbij brengt. Politici en andere praktische mensen liegen ook vaker dan onpraktische, en het zijn altijd leugens om een of andere ‘bestwil’.

Voor zover er mensen zijn die de wereldvreemde studeerkamergeleerde en de wereldwijze politicus in zich verenigen, dan onder degenen die in het verleden in het kamp van de ‘toepasbaarheid’ zaten en nu zijn overgestapt naar het kamp van de ‘kennis’. Oud-politici die in hun vrije tijd hun kennisdeficiënties hebben weggewerkt, en die dankzij al hun zelfstudie deskundigheid paren aan onafhankelijkheid en die scherpzinnig en zonder schroom maatschappelijke problemen aan de kaak kunnen stellen. Staatsmannen op leeftijd, kortom, eminence grises, type… ja, type wie eigenlijk?

Frits Bolkestein? De vroegere leider van de VVD en lid van de Europese Commissie is tegenwoordig wetenschapper, met als leeropdracht ‘intellectuele grondslagen van politieke ontwikkelingen’. Als er iemand is bij wie deskundige distantie en praktisch inzicht hand in hand gaan, dan wel bij hem. Zou je zeggen. Maar nee.

Onlangs verscheen het nieuwe boek van Bolkestein, ‘De twee lampen van de staatsman – beschouwingen over politiek’. In het boek betoont Bolkestein zich een voorvechter van liberale principes en de bijbehorende politieke principes, zoals de scheiding van kerk en staat, vrijheid van meningsuiting, verdraagzaamheid en het verbod op discriminatie. Wie deze universele waarden verontachtzaamt, moet worden bestreden met de middelen die de rechtstaat tot zijn beschikking staat. Waarop zijn bekende tirade volgt tegen (sommige?) moslims (discriminatie van vrouwen, homoseksuelen etc.). Ook ‘linkse’ intellectuelen krijgen ervan langs vanwege hun ‘cultuurrelativisme’ – zij zien lijdzaam toe hoe universele liberale waarden worden ondermijnd.

bolkesteinDit alles betoogt Bolkestein al vijftien jaar (als het er geen twintig zijn). Wat moet je ermee? Aan onze kennis voegt het niets toe: we weten het zo langzamerhand nu wel. Mensen die zichzelf herhalen, doen dat in het algemeen uit praktische overwegingen. Omdat ze hun boodschap erin willen rammen, bijvoorbeeld, of ter meerdere eer en glorie van zichzelf, om achteraf te laten zien dat ze toch eigenlijk wel gelijk hadden (ja, toen zei ik al wat nu iedereen roept: moslims moeten integreren). Met wetenschap, met originaliteit, met ontwikkeling van nieuwe kennis heeft al dit geherkauw niets te maken. Nieuwsgierigheid – toch de basis van veel nieuwe kennis – is al helemaal ver te zoeken. Consistent is Bolkestein wel, maar is dat een verdienste? Consistentie duidt maar al te vaak op gebrek aan ontwikkeling, op geestelijke stilstand.

Los hiervan is de onderbouwing van Bolkesteins ideeën nogal wankel. Je kunt jezelf nog zo vaak herhalen, dat betekent nog niet dat je gelijk hebt. Laat de islam zich in het geheel niet verenigen met de democratie? In hoeverre is gedwongen assimilatie een oplossing voor het migratievraagstuk? Loop je niet juist gevaar dat je andersdenkenden tegen je in het harnas jaagt als je ze jouw waarden opdringt?

Vragen waar Bolkestein slecht antwoord op geeft. Verder lijkt hij het politieke en het economische liberalisme op één hoop te gooien: hij pleit én voor vrijheid van meningsuiting etc. én voor vrije concurrentie. Met name tegen het laatste valt het nodige in te brengen; kartelwetten zijn er niet voor niets. Als politicus zou hij de ontwrichtende gevolgen van volledig vrije concurrentie toch moeten kennen, maar klaarblijkelijk is de politiek evenmin zijn roeping als de wetenschap.

About jan bletz