Terry Gilliams Tideland: petit film malade

<!–#set var="description" value="Terry Gilliam's Tideland doet weinig concessies aan het publiek, als een ware petit film malade. Fascinerend, maar te persoonlijk.” –>Voorzover ik weet heeft de Franse filmregisseur François Truffaut het begrip ‘grand film malade’ geïntroduceerd: een film die geen meesterwerk is geworden door een paar vergissingen bij het maken ervan: een mooi scenario dat onverfilmbaar is, een inadequate cast, de opnames bedorven door haat, of verblind door liefde, of een buitensporig gapend gat tussen de oorspronkelijke bedoelingen en het uiteindelijke resultaat.

De ‘grand film malade’ wordt vaak geschaad door een overdaad aan oprechtheid. Een perfecte film verhult nu eenmaal vaak de bedoelingen van de maker, bij de ‘grand film malade’ was de maker te nauw betrokken, vergeet hij zich te verplaatsen in degene die de film moet bekijken. Dat maakt de film bijzonder aantrekkelijk voor cinefielen die geïnteresseerd zijn in de maker, maar niet voor het grote publiek, dat geen raad weet met de onverhulde regelrechte bekentenissen. De term kan uiteraard alleen van toepassing zijn op het werk van een groot regisseur, iemand met een krachtige visie die deze visie bovendien vaak genoeg in nagenoeg perfecte films weet te vangen. Een echte ‘auteur’, kortom, die met de ‘grande film malade’ een fascinerende, al te perssonlijke misstap maakt.

Terry Gilliam is zo’n ‘auteur’, die behalve meesterwerken als Brazil ook enkele ‘grande film malades’ op zijn naam heeft staan. Zijn Don Quichotte is zo’n film (zie Vers Geperst 22 – 2003), althans de ‘rushes’ zijn prachtig, visuele parels die helaas nooit samen een ketting hebben gevormd. Zijn vorige film over de gebroeders Grimm is misschien ook wel een ‘grande film malade’, al is die film niet mislukt omdat de maker niet boven de materie stond, maar vanwege de hinderlijke bemoeienis van de producent.

Nu is er Tideland. Geen ‘grand film malade’, maar – als je de meeste filmcritici mag geloven – eindelijk weer een heus meesterwerk. Een klein meesterwerk, dat hij in korte tijd en met beperkt budget heeft gemaakt om de kater van De Gebroeders Grimm weg te spoelen. Zoals elke film van Gilliam (‘kind van de jaren zestig’) kun je Tideland zien als een ode aan de menselijke verbeeldingskracht. Klein meisje weet zich in een naargeestige omgeving te handhaven door haar kinderlijke fantasie – daar komt het deze keer eigenlijk op neer. De critici putten zich uit in lof over Gilliams vermogen om die fantasie van het meisje Jeliza Rose te vangen: het golvende graanlandschap dat welhaast tot leven lijkt te komen, de vuurvliegjes die bijna van het scherm de zaal in dansen, het ontbindende en later opgezette lijk van de vader.

En inderdaad: Tideland wil een soort Alice in Wonderland zijn, en de visuele overdaad is inderdaad wonderlijk. Maar helaas heeft film tovenaar Gilliam vergeten zijn machtige beelden te omlijsten door een even machtig verhaal. Karaktertekening, plot – aan dat soort zaken heeft Gilliam zijn tijd duidelijk niet besteed.

De grootste makke is dat er geen duidelijke ‘opponent’ is – geen schurk, geen boeman – die het meisje (of haar fantasie) bedreigt. Een film als Brazil munt ook niet bepaald uit door fijnzinnige psychologie of ingenieuze verhaalstructuur, maar is toch erg sterk door de voorturende dreiging van de totalitaire staat: de vijand bij uitstek van de menselijke fanatasie. In Tideland lopen heel wat geschifte figuren rond (de vader Jeff Bridges die zijn dagelijke shot heroïne bij zijn dochtertje betrekt is nog de normaalste), maar niemand die het op het kleine kwetsbare meisje heeft gemunt. “Hoe sterker het kwaad, hoe sterker de film”, heeft de ‘master of suspense’ Alfred Hitchcock ooit gezegd. In Tideland is het kwaad te zwak om de fantasieën van een kind te bedreigen.

Gilliam zal het een zorg zijn: hij heeft zijn ode aan de verbeeldingskracht gebracht, en concessies aan het publiek? Die doen anderen maar. Daarmee is Tideland helaas een ‘petit film malade’ gemaakt: fascinerend maar te persoonlijk, te ontoegankelijk, te statisch. “Jullie zijn niet meer dan een stel speelkaarten”, zegt Alice tegen haar kwelgeesten aan het einde van haar reis door Wonderland. Tideland is uiteindelijk niet meer dan een stel speelse beelden.

Jan Bletz

About jan bletz