Als ik minister was

Als ik minister was, dan van Onderwijs. Het Nederlandse onderwijs is in de afgelopen decennia door alle hervormingen zo goed als afgebroken, dus daar kun je weinig kwaad doen. Voor de zekerheid zou ik de probleemportefeuille mbo en voortgezet onderwijs delegeren aan mijn staatssecretaris. Gedoe! Valt geen eer aan te behalen. Zo veel mogelijk lusten, zo min mogelijk lasten van een ministerspost: daar zou ik voor kiezen. Zoals Dylan al zei: don’t think twice, its all right.


Als ik minister was, zou ik mijn leiderschapsambities zo veel mogelijk beteugelen. Want ik wil best de baas spelen, maar wat heb ik nou voor bestuurlijke ervaring? Ja, een beetje leidinggeven aan enthousiaste, uit zichzelf gemotiveerde gelijkgestemden – daarover kan ik een beetje meepraten. Maar leiding geven aan een ministerie, een moloch, een fort van ambtenaren – ik heb maar één aflevering van Yes, Minister gezien en dat was voldoende om mij af te schrikken. En dan zou ik als bèta en vrijdenker ook nog moeten opboksen tegen politieke tegenstanders die geloven in intelligent design of een nog primitiever geloof aanhangen. No way. Zoals Dylan het al verwoordde: don’t follow leaders, watch the parking meters!

Ronald luistert vast ook Dylan, dus komt vast allemaal helemaal okay in orde Als ik minister was, zou ik me concentreren op mijn hobby’s: hoger onderwijs, wetenschap, media en cultuur. Niet om veranderingen door te voeren, niet om ambtenaren te mobiliseren, niet om beleid te maken. Ik ben dol op roofdieren, maar pieker er niet over me in de circuspiste begeven met leeuwen en tijgers. Vanaf de tribune heb je een mooi uitzicht, en als je eens wil ingrijpen, hoef je alleen te gebaren. Daar zou ik me het beste thuisvoelen. Op afstand besturen. Delegeer en heers!, zou mijn devies zijn. Zei Dylan niet ook al: it ain’t him to blame, he’s only a pawn in their game.

Als ik minister was, zou ik veel werkbezoeken afleggen. Kijkje achter de schermen nemen bij de wetenschapsquiz, films bezoeken en dan het liefste premières van Nederlandse films in het buitenland. Cannes, Berlijn, Venetië – ik zou er wat voor over hebben om de Nederlandse film in het buitenland te promoten. Ik zou borrelen op vernissages en bij elke uitvoering van Bach op de eerste rij zitten in het Concertgebouw. En geen enkel optreden van Dylan missen natuurlijk, want die maakt het ook niet lang meer. En you’re gonna make me lonesome when you go.

Als ik minister was, zou ik niet te kwistig rondstrooien met subsidies. Binnen de ministersploeg is iedereen het er wel over eens dat er meer geld naar onderwijs moet, dus daar zou ik het meeste geld voor reserveren (en wel de eer voor mezelf opeisen, zo veel bestuurlijke ervaring heb ik ook wel). En kunst en cultuur? Ach, smaak is subjectief, dus ik zou er geen moeite mee hebben mijn persoonlijke voorkeuren te sponsoren. It may be the devil or it may be the Lord, but you’re gonna have to serve somebody.

En dan, als ik alles had gedaan wat er van een minister verwacht wordt, zou ik weer columnist worden. Dat ligt me toch veel beter. Go ‘way from my window, leave at your own chosen speed. I’m not the one you want, babe. I’m not the one you need.

About jan bletz