De Waarheid voor beginners

Tweeëntwintig jaar geleden was ik maatschappijkritisch.
Ik was vijftien en zat in de vijfde klas van het gymnasium. Wij vwo-ers waren ervan overtuigd dat het onze dure plicht was om de samenleving met de grootst mogelijke scepsis tegemoet te treden.
Wij waren immers denkers. Dit in tegenstelling tot degenen die rondzwierven in de lagere regionen van onze mammoetschool. De mavo’s leidden een in onze ogen ledig bestaan dat uitsluitend draaide om kleding met het juiste merkje (destijds La Coste en Nike) en discomuziek.
Wij luisterden naar The Cure, kleedden ons in het zwart en blowden. We hingen rond op het Waterlooplein en droegen oorbellen in de vorm van wietblaadjes (waarover mijn lerares Grieks enthousiast joelde: `Oh wat leuk, edelweiss!’). Onze kleding staken wij vol met buttons tegen van alles en nog wat. De Bom natuurlijk, het zeehondjes knuppelen, tegen marteling in Latijns Amerika, tegen hakenkruizen, honger in de derde wereld, milieuvervuiling, kernenergie, kapitalisme, Amerika en ga zo maar door. We hadden ook buttons vóór dingen: Amnesty, wiet, Siouxie and the Banshees, de Vredesbeweging en natuurlijk voor de anti-apartheidsbeweging. Een paar van ons hadden ook nog het rode boekje van Mao, maar we wisten eigenlijk niet meer wat we daarmee moesten want inmiddels was wel duidelijk dat Mao ook niet helemaal deugde en dat er toch enkele miljoenen Chinezen onder zijn bezielende leiding een ellendige dood waren gestorven.
Niettemin vonden we dat we communisten waren en zo besloot ik op een dag dat ik daadwerkelijk een bijdrage ging leveren aan het verbeteren van de maatschappij: ik ging De Waarheid Lopen.
Ik meldde me daartoe bij het distributiepunt in mijn woonplaats Amstelveen. Dat bevond zich in de ruime jarendertigwoning van het echtpaar W.: vriendelijke mensen op leeftijd. Terwijl mevrouw W. een kopje thee voor me zette, vouwde meneer W. de kaart van Amstelveen open. Samen bekeken we de route die ik voortaan vijf keer per week door weer en wind zou gaan fietsen (voor de zaterdag was er een andere route want er waren ook mensen die alleen een abonnement op de zaterdagkrant hadden). Het waren in totaal twintig adressen, over heel Amstelveen verspreid.
We spraken af dat ik het eens een weekje zou proberen en daar kreeg ik vijftien gulden voor. Mijn krantenwijk strekte zich uit van Buitenveldert tot Uithoorn. Ik deed er die eerste middag drieëneenhalf uur over.
De volgende dag bleek er iemand gebeld te hebben dat hij de krant niet had gekregen. Ik had inderdaad een adres overgeslagen: een villa aan de ‘goudkust’ van Amstelveen. Na drie dagen was het routine geworden en zag ik kans om mijn kranten in tweeëneenhalf uur rond te brengen.
Ik was uitgeput. Mijn vrienden zag ik niet meer. Tijd voor huiswerk had ik evenmin: na het eten viel ik als een blok in slaap.
gelijke verspreiding van productiemiddelen begint bij gelijke verspreiding van propaganda
Op vrijdagmiddag haalde ik mijn laatste tasje kranten op. Ik vertelde meneer W. dat ik er niet mee door zou gaan omdat het ten koste ging van mijn schoolprestaties. Daar had hij alle begrip voor. Ik vroeg hem ook nog hoe dat nou zat met dat communisme: het was toch iets van de arbeidersklasse, maar hoe kwam het dan dat de meeste kranten bij grote huizen in de bus moesten waar niet zelden een Mercedes voor de deur stond?
Hij glimlachte en sprak de onsterfelijke woorden: ‘misschien vinden deze mensen dat iedereen een Mercedes voor de deur moet kunnen hebben’.
De volgende dag zat ik met een stel vrienden op ons bankje in het park te blowen. Ik vertelde wat de Wijze Oude Man mij had geleerd over de essentie van het communisme en daar waren ze wel even stil van. Shit, deze man had zó gelijk! Vanaf dat moment wisten we het zeker: het communisme zou de wereld redden.
Volkomen gerustgesteld legden we ons weer toe op de dingen die er werkelijk toe deden, zoals het bouwen van een joint die bestond uit vier losse toeters en die brandend zien te houden.

geef maar toe: óók aan uw tienermuur hing dit ooit

About marina van dongen