Henrik Henegouws Hellevaart, aflevering 37: Van niks naar nergens

Weerlicht zonder donder – Centrale verwarming – Vijf kamers en een terras – Nieuwe regel – Ouvrard, Villars en Guilux – Bescheiden applaus – Drie meter breed
Het licht in de kamer nam regelmatig sterk in intensiteit toe. En daarna weer af, maar het deed dat heel langzaam. Het kwam van buiten en viel door de dunne gordijnen die de wandhoge ramen bedekten. “Alsof het weerlicht in slow-motion,” dacht Henrik Henegouw, maar dat is natuurlijk onzin. Hij had voor het verschijnsel geen betere verklaring.

De basman stond met gebogen hoofd achter zijn instrument, beide armen om de hals geslagen.
“Merr -.- rrie …,” fluisterde hij nogmaals. En : “Merr -.- rie …”
Zijn strijkstok tikte even tegen het hout van de kast. En wéér kwam van buiten langzaam het licht op.
Henrik miste er geluid bij. Een vertraagde knal misschien, of anders iets dat zoog; een wind die woei, het klepperen van takken met daarachter de ruis van ritselende blaadjes; of misschien een vlaggentouw dat ritmisch het hout van een mastpaal ranselde.
Maar op een enkel kort vrouwenzuchtje na bleef het heel stil.
Hij keek om zich heen. Tegen de muur naast de deur leunde de vrouw van het zuchtje. Ze kwam hem bekend voor.
Ze kuchte nu. Zachtjes. En toen nog eens, luider nu, en twee keer snel achter elkaar, met een slap vuistje voor haar mondje.
De bassist keek vragend op.

De vrouw deed een aantal voorzichtige passen voorwaarts. Ze droeg naaldhakken die droogjes tegen de vloer tikten. Gelijk met de laatste tik van haar hakken stopte in de verte het zachte elektrieke zoemen met een korte metalen ratel. “Zie je wel,” dacht Henrik, “het is het geluid van een koelkast …”


De vrouw kuchtte nog een keer en nam toen het woord.
“Ik begrijp dat wel,” zei ze bedachtzaam. “Ik zal een voorbeeld geven… Het was de twintigste januari en ik kwam op dringend verzoek van de heer Jan Peter Rozier, de korte filmmaker, en van zijn vrouw Moniek, geboren Toertoos, beiden van franse nationaliteit. Rozier en zijn vrouw waren de huurders van een woning op de vijfde verdieping in de rue Juul Daniels, in Les Lilas. Dat is even buiten Parijs. U weet dat wel, denk ik …”
Ze keek daarbij Henrik even aan, en wreef met haar rechterhand over haar linkerschouder.
“Het gehele pand was er voorzien van centrale verwarming, gemeenschappelijk en voor alle woningen tezamen geregeld. Dat kostte wat natuurlijk, maar er waren vaak toch harde winters toen, dus kwam het wel van pas … Helaas deugde er niks van, van die verwarmingsinstallatie. Ze vernikkelden in hun appartement, de Roziers. Vijf kamers, op de vijfde en laatste verdieping. Ik zei dat al. En met terras. En ondanks de zware lasten voor het stoken functioneerden er in die hele woning maar twee radiatoren. Twee maar. En dan nog half ook …”
De vrouw pauzeerde even. Ze aarzelde en leek kort na te denken.
“Hoeveel ze er aan huur en lasten betaalden, dat hou ik liever voor me. Maar, ja, op de vijfde en bovenste verdieping … en met een terras … of zei ik dat al? Ik kwam er op een twintigste januari, in de ochtend rond een uur of elf. Dat was op verzoek van Rozier en zijn vrouw. Er lag sneeuw toen, de straten waren wit maar het vroor vooral in de nacht en de avonduren. Een klein beetje, maar toch vroor het, en de temperaturen in de diverse kamers van de woning van de Roziers daalden beneden elk aanvaardbaar peil. In hun beider aanwezigheid heb ik dat persoonlijk mogen constateren.”
Ze plaatste haar handen in haar zij, en vervolgde, nu ietsje luider: “Het was op de vijfde en laatste verdieping, met een terras over de volle lengte van de beide zijden van het hoekpand. Het appartement dat zij bewoonden bestond uit een hal, een salon, vier slaapkamers, een keuken en een badkamer … nieuwe regel …”
Ze spreidde haar beide armen voorwaarts.
“In eerste instantie controleerde ik met de hand het functioneren van de radiatoren van de centrale verwarming in de diverse ruimtes van de woning van de Roziers … nieuwe regel … Dit was wat ik vond: de radiator in de hal was warm aan één kant, werd naar de andere kant toe geleidelijk aan al maar koeler, om zonder meer koud te zijn aan de andere kant … nieuwe regel …”
Tegelijk met het opnieuw inzetten van het elektrieke zoemen in de verte vouwde de vrouw haar handen voor haar borsten, de vuist van de rechter bergend in de tot een kommetje gebogen linker.
“In de salon trof ik twee radiatoren. Eén was er koud, en de andere werkte maar half, net als die in hal … nieuwe regel …”

Ze plaatste haar voeten iets uit ellkaar, met twee tikjes van haar hakken.
“In de keuken, in de badkamer en in de vier slaapkamers werkten de radiatoren niet … ze voelden koud. Koud … nieuwe regel …”
Henrik zag dat de bassist zijn hoofd weer gebogen had. Hij hield zijn strijkstok tussen duim en wijsvinger en liet deze langzaam voor de kam langs slingeren.
“Ik heb er natuurlijk goed opgelet dat de knoppen van alle radiatoren vol open waren gedraaid … nieuwe regel …”
Opnieuw keek ze Henrik indringend aan, waarop deze als betrapt zijn blik afwendde.
“Vervolgens heb ik in de verschillende ruimtes van de woning de temperatuur gemeten, met een thermisch meetapparaat dat de heer Rozier mij ter beschikking stelde, en waarvan ik naderhand de resultaten vergeleken heb met de aanduidingen van een gewone kwikthermometer. Het apparaat van meneer Rozier, van het merk, tussen aanhalingstekens, ‘Ouvrard, Villars et Guilux’ … o – u – v – r – a – r – d , v – i – l – l – a – r – s … et guilux …”
Ze schraapte haar keel om een opwellend lachje te onderdrukken.
“Niet de televisiepresentator Guy Lux,” zei ze, “maar Guilux, in één woord : g – u – i – l – u – x … type vierduizend en tien streepje twee, nummer negenenzeventig twaal nul nul twee … dus … nieuwe regel …”
De strijkstok tikte onverwachts vrij hard tegen de kam van de bas, die daarop even diep donker galmde. De bassist keek niet op, maar hij hield de stok nu wel stil.
“In de hal mat ik negen komma drie graden Celcius … nieuwe regel … In de salon negen graden … nieuwe regel … In de keuken, waar op een elektrisch fornuis een pan vol met water zachtjes kookte: twaalf komma vijf graden … nieuwe regel … In de eerste slaapkamer aan de linkerzijde, acht komma vier graden … In de tweede slaapkamer aan de linkerzijde, acht komma twee graden … In de derde slaapkamer, aan de achterzijde rechts, zeven komma acht graden … In de vierde slaapkamer, naast de salon, acht graden … weer een nieuwe regel … In de badkamer mat ik elf komma drie graden … tussen haakjes … (in de badkamer hadden de Roziers een elektrisch verwarmingselement geïnstalleerd, dat eerder die ochtend een tijdlang in bedrijf was geweest) … nieuwe regel …”
De vrouw vouwde haar armen.
“Ik mat eveneens de buitentemperatuur … tussen haakjes … (midden op het open terras bedroeg deze twee komma twee graden Celcius) … nieuwe regel …”
Ze klikte twee keer met haar hakjes.
“Ik merkte ook op dat de ramen noch terrasdeuren van dubbele of anderszins isolerende beglazing voorzien waren. Het glas van de terrasdeur in de salon was bovendien beneden ernstig beschadigd, en vertoonde naast enkele ernstige barsten een gat in de vorm van een driehoek en met een oppervlakte van ongevier zeventien vierkante centimeters … nieuwe regel …”
Even zweeg de vrouw.
Ze slikte.

“Tenslotte mat ik met hetzelfde apparaat aan de buitenkant de temperatuur van het water in de radiator in de hal, dat wil zeggen, van één van de enige gedeeltelijk werkende radiatoren in de woning van de Roziers, dubbele punt: deze varieerde van zevenentwintig komma zes graden Celcius aan de ene tot zestien komma acht graden aan de andere kant … nieuwe regel … Zo mat ik die twintigste januari. Maar het is maar een voorbeeld, natuurlijk …”
De vrouw deed enkele stappen achterwaarts en leunde weer tegen de muur naast de deur. Rondom klonk bescheiden applaus.

“Hooguit drie meter breed van niks naar nergens,” schoot het Henrik toen te binnen, “komma … met niets anders te zien dan een paar berken en auto’s die er ongenadig hard passeren … nieuwe regel … een verhaal dat nergens door deelt, behalve door zichzelf. Voor je het weet zit je er al midden in …”

– wordt vervolgd –

[ Bob Dylan – The Times They Are A-Changin’ :: Pop Fictions, by Dutch Masters – http://www.mungbeing.com/issue_12.html?page=38#1029]

About j.k. harsman