Mevrouw ten Brakel, aflevering Mevrouw ten Brakel heeft iets te vieren (II)

Mevrouw ten Brakel liep gehaast haar flat binnen en greep de fles. Waarom voelde ze zich nou een beetje zenuwachtig? Ze ging gewoon een kopje thee drinken bij haar benedenbuurvrouw die nog nooit Famous Grouse gedronken had. En die dat nu wel eens wilde proeven. In haar thee. Maar die dat eigenlijk niet mocht. Omdat niemand uit haar religie alcohol mocht drinken. Moest ze wel de hele fles meenemen? Of zou ze een beetje in een glaasje doen? Dat kwam misschien wat minder zuiperig over. Maar misschien juist ook heel krenterig. Goed, even alles op een rijtje. Ze was zojuist nog heel tevreden geweest met de situatie. Ze ging een kopje thee drinken bij een mooie Marokkaanse mevrouw in een heel mooi ingerichte flat. En om te vieren dat de zon scheen, hadden ze besloten om een een beetje Famous Grouse in de thee te nemen. En, dacht mevrouw ten Brakel plotseling, ze vond het feit dat ze nu eens kennis ging maken met iemand uit de flat eigenlijk ook wel iets om te vieren. De enige uit de flat waar ze wel eens contact mee had gehad, was de buurvrouw naast haar. En dat was nou niet echt een buurvrouw om over naar huis te schrijven. Bovendien was ze dood.
Met de fles in haar handen, drukte mevrouw ten Brakel voor de tweede keer die dag, maar ook in haar leven, op de bel bij deur nummer 22. De deur van mevrouw Bouyeri. De deur ging open en alsof ze het zo hadden afgesproken, begonnen de twee mevrouwen weer tegen elkaar te lachen. Mevrouw ten Brakel hield de fles omhoog. Alsof ze zeggen wilde: ik ben hem niet vergeten, hoor. Ze gingen de woonkamer in. Op tafel stond een hele mooie zilveren theepot op een dienblaadje. Samen met allerlei andere dingetjes. Drie hele kleine glaasjes met gouden versierseltjes erop, een theezeefje, een busje en ook een bosje van iets groens. Naast de glaasjes lagen verschillende soorten koekjes op schaaltjes. Nouja, het leken niet per se allemaal koekjes, maar het zag er wel lekker uit, vond mevrouw ten Brakel.
Mevrouw Bouyeri keek mevrouw ten Brakel aan en knikte naar de bank. Ze moest dus gaan zitten. Mevrouw Bouyeri maakte het busje open en haalde er wat blaadjes uit. Die deed ze in de pot. Toen stond ze op en kwam met een ketel kokend water weer terug. Ze goot een heel klein beetje water in de theepot en walste het prachtige potje in het rond. Mevrouw ten Brakel keek geboeid toe, maar vroeg zich intussen ook af waarom ze maar zo weinig water in de pot had gedaan. Toen goot mevrouw Bouyeri de thee door het zeefje in één van de glaasjes. Zou ze alle kopjes apart maken, dacht mevrouw ten Brakel.
“Dat was om de blaadjes af te spoelen,” zei mevrouw Bouyeri zacht terwijl ze het zeefje weer omkieperde boven de theepot en de thee weer in de pot terechtkwam Het glaasje zette ze weg. Vervolgens pakte ze het bosje groen, het leken net brandnetels vond mevrouw ten Brakel, en propte het in het potje. Deze keer goot ze wel zoveel water in het potje als lukte. Mevrouw ten Brakel was benieuwd. Hoe zou deze thee smaken? Op dat moment stond mevrouw Bouyeri op, nam de theepot en de ketel op en liep de kamer uit. Mevrouw ten Brakel wist niet wat ze hiervan moest denken. Ging het theedrinken niet door? Ineens verscheen het hoofd van mevrouw Bouyeri om de hoek van de deur. Mevrouw ten Brakel schrok er een beetje van, maar ook van het feit dat ze nu pas zag dat de mooie mevrouw haar hoofddoek niet meer om had. Waarom had ze dat niet eerder opgemerkt? Ze had zulk prachtig haar!
“Bijna klaar hoor,” zei mevrouw Bouyeri. “Even koken weer.”
Toe maar, dacht mevrouw ten Brakel. Dat is nog eens thee zetten. Twee soorten blaadjes en twee keer koken. Ze vond haar eigen bijdrage aan het misschien wel geheime feestje ineens wat mager. Een simpele fles drank. Die je gewoon openmaakte en inschonk.
Mevrouw Bouyeri kwam weer binnen. Er kwam een heerlijke geur met haar mee de kamer in.
“Houdt u van zoet? Wij doen altijd lekker veel suiker,” zei ze met een bijna ondeugende glimlach.
“Oja zoet. Daar houd ik van.” En voordat mevrouw ten Brakel het wist verdwenen er een paar grote scheppen suiker in de theepot. Mevrouw Bouyeri schonk een glaasje thee in en goot het onmiddellijk weer terug in de pot. Alweer kon mevrouw ten Brakel haar verbazing maar ternauwernood verbergen. En prompt deed mevrouw Bouyeri dit nog eens.
“Klaar!” zei ze toen met een stralende glimlach. Ze schonk nu twee glaasjes in en hield daarbij de theepot heel hoog, waardoor de thee met een lange, spetterende straal in de glaasjes kletterde. Mooi, vond mevrouw ten Brakel en kon het niet laten om te erachteraan te denken dat het wel een beetje onzin van haar onderbuurvrouw was om te beweren dat dit geen moeite was. Het was veel moeite. Maar mooie moeite.
“Nu de Famoes Groes.” Mevrouw ten Brakel werd bijna verlegen van de samenzweerderige blik in de ogen van mevrouw Bouyeri. Nu wist ze zeker dat dit feestje geheim was.
“Ik eh… Zou ik de thee ook even zo mogen proeven? U heeft er zoveel werk van gemaakt, dat is vast ergens goed voor.” Dat klonk nogal bot, dacht mevrouw ten Brakel bij zichzelf. “Met die Famous Grouse verandert de smaak van de thee natuurlijk,” probeerde ze haar onbeholpenheid weg te werken.
“Tuurlijk,” zei mevrouw Bouyeri. “Volgende thee met en deze zonder.” En ze zette een glaasje voor mevrouw ten Brakel neer. Ook bood ze haar de schaaltjes met lekkernijen aan. Mevrouw ten Brakel proefde alles met veel concentratie. Dit vond mevrouw Bouyeri blijkbaar heel leuk, want ze bleef haar maar lachend en knikkend aankijken. Mevrouw ten Brakel genoot. De thee en de zoete dingetjes waren heerlijk. Ze voelde zich heel ontspannen. Ze begon terug te lachen en te knikken en zo hadden ze het heel gezellig. Ze nipten en lachten, knabbelden en knikten. Het was zo gezellig dat ze bijna vergaten om de Famous Grouse te drinken. Maar mevrouw Bouyeri had nu eenmaal besloten dat ze de verboden drank wilde proeven, dus op een goed moment wees ze naar de fles, die bij mevrouw ten Brakel op het bijzettafeltje stond. Mevrouw ten Brakel pakte de fles op.
“Weet u het zeker?”
Mevrouw Bouyeri wist het zeker. Ze kreeg een scheutje whisky in haar thee en nam voorzichtig een slokje.
“Warm,” zei ze met lichte verbazing in haar stem. “Ik wist niet dat alchohol warm was.”
Mevrouw ten Brakel knikte en nam ook een slok. Heerlijk warm. Inderdaad. En zo dronken ze verder. En toen de thee op was, maakte mevrouw Bouyeri nieuwe. Giechelend vroeg mevrouw ten Brakel of zij eens in mocht schenken. Ze wilde weten of zij dat ook zou kunnen, met zo’n mooie, lange straal. Mevrouw Bouyeri gaf haar de theepot en mevrouw ten Brakel schonk. Ze hield de pot steeds hoger. Er ging wel een plensje thee naast de glaasjes, maar daar moesten ze alleen maar om giechelen. Wat een ontzettende leuke buurvrouw heb ik, dacht mevrouw ten Brakel steeds. En ze hoopte dat mevrouw Bouyeri dat ook dacht.

Toen ze uren later thuiskwam, lag er een briefje op de mat. Van de glaszetter. Hij was op het afgesproken tijdstip aan de deur geweest, maar had niemand thuis getroffen. O ja, dacht mevrouw ten Brakel. Glad vergeten. Ze liep haar huis in en zag het stervormige gat in het raam. De zon was weg, dus de punten glinsterden niet meer zo mooi als die morgen. Laat het dan maar snel donker worden, giechelde mevrouw ten Brakel bij zichzelf. Dan past hij beter bij mijn interieur. Een nachtelijke ster in het raam, best gezellig.
Ze liep licht schommelend met de bijna lege fles Famous Grouse naar het aanrecht. Ze schonk een laatste glas in en zette zich op het balkon. Waar het allemaal begonnen was. De volgende keer vraag ik haar of ze het niet jammer vindt om niet meer in het land met heel veel zomer te wonen, mijmerde ze. En waar ze zo verschrikkelijk mooi thee drinken.

About simone duwel