Mevrouw ten Brakel, aflevering Mevrouw ten Brakel heeft iets te vieren

De zon scheen. En niet zo zuinig ook. Het leek mevrouw ten Brakel een eeuw geleden dat ze voor het laatst had geschenen. Ze werd er vrolijk van. Het idee dat ze straks, na het verschonen van haar bed en het dweilen van de keuken een kopje koffie kon drinken op haar balkon, bezorgde haar zowaar vlinders in haar buik. Ze deed haar werkjes met meer plezier dan anders. En terwijl ze de koffie opgoot, keek ze steeds naar buiten om te zien hoe mooi de wereld eruit zag in het heldere zonlicht. Zou ze een scheutje Famous Grouse in haar koffie doen? Om te vieren dat de zon weer in haar leven was? Eigenlijk had mevrouw ten Brakel besloten om de nieuwe fles die ze in huis had gehaald niet eerder te openen dan op haar verjaardag, want ze vond dat ze meer borreltjes dronk dan goed voor haar was. Maar nu de koffiedampen uit de filter opstegen en de zonnestralen het hele opgietritueel een lust voor het oog maakten, bedacht ze dat ze de Famous Grouse ook nu kon drinken in plaats van op haar verjaardag. Of dan toch op z’n minst een gedeelte ervan. Ze haalde de fles tevoorschijn en bekeek hem. De korhoender op het etiket leek ook te genieten van de zon.
Even later zat mevrouw ten Brakel met haar koffie en haar Gladstones op het balkon. Met een flinke scheut Famous Grouse in haar koffie had ze aan haar opwelling voor een klein feestje gehoor gegeven. Zelfs de duif die aan kwam vliegen, mocht deze keer landen op de balustrade. Eigenlijk had ze een hekel aan duiven, maar deze was eigenlijk best mooi. Beneden speelden de Marokkaanse jongetjes. Ooit had ze aan een van hen gevraagd of het mooi was in Marokko. En toen had het kleinste jongetje met zijn prachtige stem geantwoord dat er in Marokko bergen waren en heel veel zomer. Heel veel zomer. Dat klonk erg prettig. Mevrouw ten Brakel keek naar beneden, naar het jongetje. En ze vroeg zich af of hij het niet vreselijk jammer vond dat hij niet in het land met heel veel zomer woonde. Maar ze durfde het hem niet te vragen. Want zijn oudere broer was er ook bij. Dus nam ze een slokje koffie. Oja oei, met Famous Grouse. Een speciaal gevoel. De hete koffie, die ook nog eens een ander soort gloeiende warmte in zich droeg dan de hitte zelf. Ze voelde zich drie keer warm worden. Van de zon, van de koffie en van de Famous Grouse. Ze sloot haar ogen en genoot. Op dat moment hoorde ze een hard, rinkelend geluid. Ze wist niet meteen dat het een hard rinkelend geluid was, want de schrik was zo groot dat ze even helemaal niets meer wist. De koffie gutste over haar schoot.
De pijn van de hete koffie bracht haar weer bij zinnen. Ze keek om, naar waar het geluid vandaan was gekomen en zag een stervormig gat in haar raam. De punten van het glas glinsterden in de zon. Het was wel een soort van mooi gezicht, vond mevrouw ten Brakel, die tegelijkertijd concludeerde dat de jongetjes hun voetbal door haar raam hadden geschoten. Ze keek naar beneden. Maar de jongetjes waren nergens te zien. Mevrouw ten Brakel keek door het gat, voor de zekerheid, om te kijken of het wel een bal was geweest. Achter in de keuken lag een oranje, leren knikker. Een dure zo te zien.
Mevrouw ten Brakel dacht even over de hele gebeurtenis na. In de hoop erachter te komen wat er nu moest gebeuren. Ze moest een nieuwe ruit. Zoveel was duidelijk. En ja, de bal moest terug. Die was van de Marokkaanse jongetjes. Mevrouw ten Brakel besloot deze volgorde aan te houden. Ze belde met een glaszetter uit de Gouden Gids en maakte een afspraak voor diezelfde middag. Vervolgens pakte ze de bal op, keek nog even over de rand van het balkon of de jongetjes misschien terug waren en toen ze zich ervan vergewist had dat de Marokkaanse vogeltjes nog steeds gevlogen waren, verliet ze haar flat en daalde af in het trappenhuis. Ze had het kleine jongetje wel eens op nummer 22 naar binnen zien gaan, dus dat zou wel eens het goede huis kunnen zijn. Mevrouw ten Brakel keek naar de naam bij de bel. Bouyeri. Ja, zou best een Marokkaanse naam kunnen zijn. Ze belde aan.

Mevrouw Bouyeri had mevrouw ten Brakel binnengelaten en ook al had mevrouw ten Brakel eigenlijk gewoon de bal willen overhandigen, was ze zonder er verder bij na te denken op de uitnodiging ingegaan. En daar zat ze dan. Met de bal op haar schoot. Tegenover een mooie mevrouw met een doek om haar hoofd. Mevrouw ten Brakel had deze mevrouw wel eens eerder gezien, maar niet vaak.
“Zijn uw kinderen dit misschien kwijt?” zei mevrouw ten Brakel, de bal omhooghoudend.
“Dat is wel hun bal. Maar hoe komt u eraan?” zei mevrouw Bouyeri.
Mevrouw ten Brakel twijfelde even. Zou ze vertellen van het gat in het raam? Ze wist niet hoe streng deze mevrouw voor haar kinderen was. Straks kregen ze straf.
“Hij is bij mij terechtgekomen,” antwoordde ze, want liegen was iets waar mevrouw ten Brakel niet erg sterk in was. “Per ongeluk,” voegde ze eraan toe.
“Oh, pardon,” zei mevrouw Bouyeri.
Mevrouw ten Brakel legde de bal op de grond. Zo. Die was weer terug waar hij hoorde. Verder wist ze nu niet zo goed wat te doen. De mevrouw deed ook niet zoveel. Mevrouw ten Brakel keek even onopvallend naar haar. Precies op hetzelfde moment dat de mevrouw dit ook deed. Hun blikken ontmoetten elkaar en waar mensen dan meestal snel hun blik weer afwenden, gebeurde hier iets anders. Ze moesten lachen. En ze bleven elkaar aankijken. Totdat de mooie mevrouw vroeg: “Wilt u misschien een kopje thee?” Mevrouw ten Brakel dacht aan haar koffie met Famous Grouse.
“Ja thee. Dat wil ik wel. Als het niet teveel moeite is.”
“Thee? Teveel moeite? Ik maak de hele dag thee, dus ik zal er niets van merken. U bent helemaal de bal terug komen brengen.”
“Tsja, dat is misschien wel moeite, maar dan wel een kleine moeite.” En weer moesten ze lachen.
“Waar zijn uw kinderen eigenlijk?” vroeg mevrouw ten Brakel.
“Buiten. Tenminste, daar heb ik ze voor het laatst gezien.”
“Ik ook, maar ze zijn niet meer in de binnentuin. Ik denk dat ze geschrokken zijn van de bal. Waarschijnlijk zijn ze gevlucht.”
“Gevlucht?” vroeg mevrouw Bouyeri met een verbaasde blik in haar mooie ogen.
“Ja nouja, er vandoor gegaan,” probeerde mevrouw ten Brakel te vergoeilijken. “Ze dachten misschien dat ik heel boos zou worden.”
De mooie mevrouw knikte. Toen stond ze op om thee te maken. Mevrouw ten Brakel keek om zich heen. Dat had ze nog niet zo goed gedaan, want ze kwam nu eenmaal voor de bal. Maar nu ze op de thee was, permitteerde ze het zich om eens goed rond te kijken. Wat een mooie kamer. Heel anders dan in haar flat. Terwijl het toch precies dezelfde flat was. De mooie mevrouw kwam de kamer weer in en keek mevrouw ten Brakel vriendelijk aan.
“Wat heeft u uw flat mooi ingericht,” zei mevrouw ten Brakel vol bewondering. En toen had ze ineens zin om het net zo gezellig te maken als het er hier uit zag. Ze keek mevrouw Bouyeri aan, verzamelde moed en zei toen:
“Ik moet u eerlijk bekennen dat ik eigenlijk net zelf aan de koffie zat.”
“Oh, had u liever koffie gewild?” zei mevrouw Bouyeri geschrokken.
“Nee nee, geenszins. Maar ik had daar een beetje Famous Grouse in gedaan. Om te vieren dat de zon scheen. En nu dacht ik, misschien wilt u ook wel een beetje Famous Grouse in uw thee.”
“Wat is dat, Famous Grouse?” vroeg mevrouw Bouyeri geïnteresseerd.
“Tsja, wat is dat. Het is lekker, het is warm en je kunt het puur drinken of met ijs. En je kunt het dus in de koffie of de thee doen.”
“Zit er alcohol in?”
“Jazeker,” zei mevrouw ten Brakel beslist en ze zag hoe mevrouw Bouyeri haar ogen neersloeg.
“Dan mag ik het niet,” zei ze zacht.
“Van wie niet?” vroeg mevrouw ten Brakel met oprechte belangstelling.
“Niemand van mijn godsdienst drinkt alchohol. Dat mag niet.”
Mevrouw ten Brakel was teleurgesteld. Ze had plotseling zo’n zin gehad om samen met deze mooie onderbuurvrouw in deze gezellige kamer te vieren dat de zon scheen, dat ze het eigenlijk niet kon verkroppen dat het nu niet door kon gaan. Mevrouw Bouyeri zag de teleurstelling op mevrouw ten Brakels gezicht en voelde zich duidelijk bezwaard. Ze kneep haar gezicht zelfs in een gepijnigde, meelevende plooi.
“Misschien mag ik het wel een keer proeven,” zei ze, duidelijk verbaasd over haar eigen opwelling. Mevrouw ten Brakel keek haar enthousiast aan.
“Ja? Denk je? Denk je dat dat zou mogen?”
De mooie mevrouw Bouyeri met de doek om haar hoofd knikte.

Wordt vervolgd

About simone duwel